Maatschappelijk kwetsbare jongeren in kortrijk: ze bestaan!

Enkele weken gelden kondigde het nieuwe stadsbestuur aan dat ze van het wegwerken van de (op 6 jaar tijd verdubbelde) kinderarmoede dé sociale prioriteit zou maken. Dat is een erg legitiem doel. Niemand verdiend het immers om te moeten opgroeien in armoede. Toch is het te mager als enige focus in het nieuwe armoedebeleid. Er zijn immers nog heel wat andere groepen inwoners van de stad Kortrijk die leven in armoede. En ook zij verdienen dat niet.

Vorige week dan, maakte de Vlaamse Gemeenschap bekend welke steden en gemeenten er kunnen intekenen op één van de Vlaamse prioriteiten Jeugd.  57 van de 308 Vlaamse gemeenten kunnen extra Vlaamse middelen krijgen om werk te maken van ‘de bevordering van de participatie aan het jeugdwerk van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties’. Om tot die 57 gemeenten te komen werd gebruik gemaakt van 7 criteria. Het zijn 7 criteria die samen proberen een beeld te scheppen van ‘kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties’. Enkele van die cijfers maken voor Kortrijk een aantal zaken pijnlijk duidelijk. ( Bron: http://www.sociaalcultureel.be/jeugd/gemeenten_indekijker.aspx)

In Kortrijk zijn er 21.065 inwoners die jonger zijn dan 25 jaar (gemiddelde voor de jaren 2010-2011-2012); dat is 1,2% van alle -25 jarigen in Vlaanderen. Logischerwijs zou Kortrijk dus voor elk van de criteria 1,2% van haar inwoners mogen hebben dat voldoet aan dat bepaald criterium. Dat zou ons dan de meest middelmatige stad maken.  Voor elk van de 7 criteria scoort echter Kortrijk slechter (boven de 1,2%), behalve voor het aantal leerlingen in het secundair beroepsonderwijs.  Maar, en dat is een pak verontrustender: voor elk van de criteria moeten we weinig steden en gemeenten voor laten gaan. Kortrijk is de 7e grootste Vlaamse stad qua bevolkingsaantal en dus mogen we in de ranking van deze criteria (waarvan je liever niet in de top 10 staat) eigenlijk nooit in de top 6 voor komen.

Het eerste criterium: ‘het gemiddelde aantal kinderen, geboren in kansarme gezinnen, volgens de typologie van Kind en Gezin’ was enkele weken terug al veelvuldig in het nieuws.  Zowel in absolute cijfers (120) als in aandeel van de Kortrijkse – 25 jarigen (1.74) gaan we een pak boven de 1,2%. Maar natuurlijk is de ‘mate waarin we afwijken van de 1,2%’ niet relevant, wel de vergelijking met andere steden en gemeenten. Slechts 6 van de 308 Vlaamse steden en gemeenten doen het slechter.

Het tweede criterium: ‘het gemiddelde aantal jongeren onder maatregel, zonder of met kosten, binnen de bijzondere jeugdbijstand’ is voor Kortrijk 449 (of 1,21%). Slechts 3 gemeenten behalen een hoger cijfer.

Het derde criterium: ‘Het aantal leefloners, jonger dan 25’. In Kortrijk waren er voor de periode 2009-2011 gemiddeld 174 inwoners onder de 25 jaar afhankelijk van een leefloon (dat is 2,47% van alle Vlaamse -25 jarige leeefloners). In slechts 5 steden lag dat aantal hoger. Ik moet toegeven dat ik zelf ook sta te kijken van dat cijfer. Kortrijk is altijd zeer trots over iedereen aan het werk, maar achter die florissante economie zitten toch ook een aantal schrijnende cijfers en wellicht nog schrijnendere verhalen van mensen.

Criterium 4: het gemiddelde aantal uitkeringsgerechtigde volledig werklozen, jonger dan 25 jaar bedraagt in Kortrijk 237 (dat is 1,95% van alle Vlaamse  volledig werkloze jongeren die recht hebben op een uitkering) . Slechts 8 steden en gemeenten scoren hier nog slechter op.  Op dit criterium maken we onze ‘reputatie’ van stad van werkenden toch een heel klein beetje waar.

Over de 7 indicatoren heen zorgt dat voor Kortrijk voor een 6e plaats (een gemiddelde van 1,67). Voor deze 7 criteria samen zijn er dus slechts 5 steden en gemeentes die het nog minder goed doen. In West-Vlaanderen valt vooral de slechte score voor Oostende op. Het is een stad waar je zowel als kind (zie cijfers Kind en gezin) en als jongeren eigenlijk niet wil opgroeien.  Maar dus ook voor Kortrijk allerminst een goed rapport.

En dat brengt ons weer aan het begin van dit verhaal: de te nauwe focus op kindarmoede in onze stad is niet goed. Philippe Decoene vergeet daardoor andere groepen die ook recht hebben op een ernstig armoedebeleid. Uit de cijfers hier boven zien we dat de groep 18-25 jarigen dus ook meer dan gewone aandacht vraagt. Of is het voor de meerderjarigen hun eigen schuld, zoals hij onlangs op WTV liet uitschijnen?

Er zijn in deze stad nog heel wat specifieke doelgroepen die mee in de scope van de armoedebestrijding moeten komen. Het gaat niet op om er één enkele groep (kinderen) er uit te halen en op die manier de andere groepen de facto ‘achteruit te steken’. Door deze benaderingswijze worden groepen ‘armen’ tegen elkaar uitgespeeld. Het valt daar bij op dat de fotogenieke/hartbrekende arme kinderen wel geholpen mogen worden en andere armen dan weer zelf verantwoordelijk zijn. Verdienen die laatsten het dan om in armoede te leven?

De beperkte focus op kinderarmoede doet de realiteit ook op andere manieren geweld aan. Heel wat subgroepen die eveneens een legitieme claim zouden kunnen leggen om dé prioriteit te zijn worden vergeten. Wat met de generatiearmen? Wat met de verkleuring van de armoede (reeds meer dan 50% van alle dossiers bij het Sociaal Huis in onze stad)? Wat met armoede bij personen met een beperking? Wat met armoede door ziekte? Wat met armoede bij senioren (een groeiend probleem in deze verzilverende stad)? En ga zo maar door. Kortom de focus van de stadscoalitie op kinderarmoede is een foute focus. Deze nauwe focus is onnodig, onrechtvaardig, verzwakt de globale strijd tegen armoede en zorgt mogelijk voor conflict tussen groepen armen. Want het mag duidelijk zijn: wat mij betreft zit er niemand terecht in de armoede.

Het aanpakken en wegwerken van armoede in onze stad moet misschien wel dé prioriteit worden van de stadscoalitie. Het gaat hier bij over armoede in de breedste zin van het woord. Vandaar volgende voorstellen:

– Er komt een armoede-bestrijdingsplan dat zich richt op alle subgroepen, zonder uitzondering of hyper-focus op één fotogeniek/hartverscheurende doelgroep.

– De oprichting van een onafhankelijk adviesorgaan “mensen in armoede” is een must in onze stad.

– De stad Kortrijk kiest er voor om de armoede-toets in te voeren bij alle beleidsbeslissingen.

– De voorstellen die ik deed in het stukje over kinderarmoede horen hier ook bij: https://mattivandemaele.wordpress.com/2013/01/14/kortrijkse-kinderarmoede/

Ik ben blij dat er de laatste weken opnieuw over de armoede in onze stad wordt gesproken. Dat is alvast de verdienste van Philippe Decoene, de Beweging tegen armoede en andere spelers die hun rol opnemen. Nu is het tijd om werk te maken van het inhoudelijke verhaal om te komen tot een zo goed mogelijk armoede-bestrijdings-beleid. Met dit stukje (en vorige) wil ik dan ook graag een inhoudelijke insteek geven om hier werk van te maken.

Met dank aan Thomas Holvoet, OCMW-raadslid voor Groen in Kortrijk, voor de feedback en aanvullingen.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s