Over ons werken

Gisteren betoogden onze vakbonden voor meer koopkracht en net al iedereen uit de middenklasse (en er onder) ben ik voor meer koopkracht voor iedereen. De bedrijven hebben de laatste jaren niet slecht geboerd maar de winsten gingen vooral naar aandeelhouders en de kaderleden. Op die beweging zou een correctie moeten worden toegepast. Er zou een mechanisme ingebouwd moeten worden dat maakt dat het hoogste loon nooit meer dan het 10 dubbele kan zijn dan het laagste salaris. Topmanagers die hun poetsvrouwen 900 euro geven kunnen dan zelf niet meer dan 9000 euro verdienen (inclusief bonussen, premies,…). Zo groeit de loonmassa van één bedrijf niet maar wordt ze beter verdeeld.

In ons land wordt er gewerkt met verschillende paritaire comités. Daardoor is er een steeds groter onevenwicht. Wie nacht of weekendwerk doet in paritair comité (PC) 329 is een stuk slechter af dan wie dat zelfde doet binnen PC 319. Minder PC’s maakt de kant van de werknemers enkel sterker. Zo kunnen we de grootste wantoestanden wegwerken. Onder het motto gelijk loon voor gelijk werk.

Een ander punt waarvoor betoogd werd was het federaal houden van alle elementen van de sociale zekerheid. Werknemers uit noord en zuid uitspelen tegen elkaar en deelstaten die elkaar economisch de dood in concurreren kan voor mij in geen geval.

Het spreekt voor zich dat niet elke job vol te houden is tot je 65 bent. Je kunt geen putten meer staan graven als je 65 bent. Ook heel wat taken in de verzorging zijn moeilijk te dragen voor een oudere werknemer. Wanneer we het de arbeid minder statisch bekijken kunnen we er echter uitkomen. Op dit moment gaan we er van uit dat een loopbaan voor de meeste mensen vlak is. Wanneer die zelfde verzorgster of “putten graver” ouder wordt kan een bijsturing naar een meer animerende taak of betrokkenheid bij de opleiding van jonge werknemers een oplossing bieden. We moeten de invulling van een bepaalde job steeds bekijken uit het perspectief van de mogelijkheden en de noden van de werkgever en werknemer. Zo kunnen mensen langer aan het werk blijven.

Langer aan het werk blijven op zich is echter geen doel. We moeten er naar streven om de beginselen van de verzorgingsstaat te behouden. Daarom moet er voldoende arbeidsgraad zijn. Toch is het niet correct om een sociaal stelsel te laten afhangen van gepresteerde arbeid. Het sociale stelsel is te essentieel voor onze samenleving om niet ondersteund te worden door andere inkomsten. In die zin moeten we bekijken hoe lang een persoon dient te werken en hoeveel “vrije tijd” er is.

Die “vrijetijd” wordt hoe langer hoe meer flexibel. Dat is in heel wat gevallen een goede zaak. Minder werken rond de geboorte van een kind, tijdskredieten, loopbaanonderbreking, zijn goede voorbeelden van gecreëerde vrijetijd. Toch is het voor ons sociaal weefsel onontbeerlijk dat er periodes blijven van collectieve vrijetijd. We zijn een volk van feestvierders en verenigingen. Elk dorp telt wel 10 verenigingen. Het is van het grootste belang dat je in het weekend kan gaan voetballen, naar de jeugdbeweging kan gaan, festivals aandoen,… Ook collectieve rustmomenten zoals de zomer, de kleine vakanties en de zondag mogen daarbij niet worden vergeten. Collectief verlof zet aan tot interactie.

Ik wil het ook nog even hebben over de looncurve. Op dit moment word je als werknemers steeds duurder. Dat is één van de oorzaken van het op non-actief zetten van 50+ ers. Diegene die nog werken verdienen een pak meer dan hun jongere collega’s. Nochtans is het huis afbetaald, zijn de kinderen de deur uit en zijn de grote kosten gepasseerd. Het zou dan ook veel logischer zijn om een correctie toe te passen op de looncurve. Zo worden “oudere” werknemers opnieuw aantrekkelijk en hebben de jonge werknemers extra ademruimte.

De laatste weken was er het één en ander te doen over “de minimumdienst van de NMBS”. Er zou bij stakingen een minimale dienst worden verzekerd. Het nut daarvan is mij niet duidelijk. Ik heb zelf jarenlang gependeld en zo’n minimumdienst vind ik zelf een weinig rooskleurig vooruitzicht. Het aanbod van de NMBS anno 2007 is voor mij een minimumdienst en wanneer we dat halveren bijvoorbeeld, (een minimumdienst kan echt niet meer zijn dan een halve dienst) dan geraak je nog moeilijk of niet op je bestemming. Daarenboven is het stakingsrecht ook absoluut.

Ook over flexibiliteit is er e laatste tijd veel te doen. Er kan gerust extra flexibiliteit komen op de arbeidsmarkt. Dit wel in het kader van duidelijk afgebakende collectieve rustpunten (zondagen, grote vakantie, tussen kerst en nieuw, feestdagen,…). Overuren kunnen ingeschakeld worden in een systeem van vervroegd pensioen of loopbaanonderbreking of tijdskrediet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s