Tijd om het verenigingen anders, vooral beter te ondersteunen in Kortrijk
16/01/2012 at 3:50 pm Plaats een reactie
De stad Kortrijk heeft een traditie in het ondersteunen van (jeugdwerk)organisaties. Daar mogen we als inwoners trots op zijn. Toen de stad begon met de ondersteuning van jeugdwerk waren we koplopers in Vlaanderen met een dergelijk beleid. We zijn ondertussen vele jaren later en volgens mij wordt het tijd om opnieuw de kop van het peloton te ambiëren. Tijd voor een stevige aanpassing van de subsidiereglementen en andere ondersteuning. Een aantal voorstellen:
1. De stad Kortrijk zet in 2012 één geïntegreerd evenementenloket op.
Voor eender welk evenement dat je als vereniging (erkend of niet erkend) wil opzetten in de stad kan je terecht bij één loket. Dat loket is zowel fysiek in het stadhuis als digitaal. Je kan er alle antwoorden krijgen op je vragen als je iets wil opzetten. De verantwoordelijke ambtenaar zorgt er voor dat je vragen beantwoord worden door de juiste dienst, je kan er materiaal reserveren bij de uitleendienst van de stad, kan er vergunningen (stedelijke en politievergunningen) krijgen, … Het evenementenloket legt duidelijk uit aan de initiatiefnemers welke diensten ze van de stad kunnen gebruiken. Daarnaast helpt het evenementenloket de organisatoren om zich een weg te banen in het kluwen aan regels en voorschriften die van toepassing zijn op het organiseren van een evenement. In heel wat gemeenten bestaat dit soort ‘evenementen of fuifloketten’ al en zijn ze een groot succes. Waar wachten we nog op?
2. Het is tijd om onze subsidiereglementen naar de 21e eeuw te brengen:
Lokale besturen hebben er de laatste jaren een sport van gemaakt om de administratieve last die ze van Vlaanderen opgelegd krijgen aan de kaak te stellen. Het merkwaardige is dat de eigen reglementen vaak ook bulken van de administratieve overlast. Elk jaar het zelfde huurcontract kopiëren en bezorgen, een verslag maken van een kleine activiteit als wijkcomité,… Een andere filosofie is nodig. Voor éénmalige projecten waarvoor een tussenkomst van de stad gevraagd word moet de aanvraag beperkt worden tot 1 pagina per schijf van 500 euro subsidie die gevraagd wordt. Voor een wijkfeest bijvoorbeeld zou het moeten volstaan om een programma in te sturen in ruil voor een vaste subsidie van 150 euro. De stad kan de dag zelf dan komen controleren of er effectief een feest is. Voor tussenkomsten die slaan op 1 activiteit moet een dossier vervangen worden door een dergelijk plaatsbezoek.
Voor activiteiten waar extra inspanningen geleverd worden (dus meer dan een gewoon buurtfeest) kan wel nog gewerkt worden met grotere projectdossiers. Ook hier de filosofie dat per schijf van 500 euro de aanvraag maximaal 1 pagina mag zijn. Voor dergelijke projecten moet er één stedelijk subsidieprojectreglement komen over de verschillende bevoegdheden heen. Zo worden vernieuwende projecten niet gedwongen in het keurslijf van de verkokerde diensten. In zo’n reglement kunnen de nodige veiligheden ingebouwd worden om te voorkomen dat één van de sectoren met alle middelen gaat lopen.
Een andere basisregel in de subsidiëring zou moeten zijn dat de stad elk document ten hoogste één keer mag opvragen. Voor jeugdhuis dat de huurkosten moet bewijzen volstaat de brief met het geïndexeerde bedrag en moet niet elk jaar het volledige contract en één factuur worden opgestuurd. De jeugddienst heeft voldoende voeling met het veld om te weten of dat jeugdhuis nog bestaat of niet. Daarvoor hebben ze al die papieren niet nodig.
Het volgende college zou in elk geval een screening moeten doen op alle procedures en reglementen om de administratieve last voor de verenigingen sterk te verminderen. Ook voor verenigingen die op een ‘kruispunt’ van verschillende sectoren zitten (onderwijs-jeugd, jeugd-cultuur,…) moeten de subsidiereglementen aangepast worden.
Daarnaast moeten we bekijken of alle subsidiereglementen nog wel kloppen. Geheel toevallig kwam ik te weten dat er binnen het subsidiereglement voor jeugdverenigingen bijvoorbeeld een terugbetaling mogelijk is voor de ‘onroerende voorheffing’. Dat is heel vreemd. Zeker omdat jeugdverenigingen al jaren vrijgesteld zijn van die kost. Sinds kort is er zelfs een vereenvoudigde procedure. Hopelijk komt de stad dus niet langer tussen in deze kost die sowieso niet moet gemaakt worden door het jeugdwerk. Ook hier kan dus meer gedaan worden met het zelfde geld. Meer info: http://www.jeugdlokalen.be/pagina/onroerende-voorheffing-2 Dit soort ‘fouten’ moeten dringen uit de subsidiereglementen worden weg gewerkt.
3. Samen sterker:
Wat je samen doet is vaak goedkoper. De vele voorbeelden van samenaankopen voor energie zijn er het beste voorbeeld van. Ook hier zou de stad een ondersteunende rol naar de verenigingen kunnen spelen. Door voor een aantal ‘diensten’ en misschien zelfs ‘producten’ een samenaankoop voor de Kortrijkse verenigingen op te zetten kan het één en ander goedkoper.
Ook voor structurele kosten zoals de terugbetaling van energie bij de jeugdverenigingen zijn goedkopere mogelijkheden. In een nieuw subsidiereglement jeugd zou er opgenomen kunnen worden dat er vanuit de jeugddienst een doorlichting komt om na te gaan of de verschillende jeugdverenigingen hun gas en elektriciteit bij de goedkoopste leverancier afnemen. Als dat niet zo is dan helpt de jeugddienst met de overstap. Jeugdverenigingen die dat wensen kunnen opteren voor een minder goedkope leverancier die groene stroom biedt. Deze maatregel is op termijn een besparing voor de stad. Want als de energiefacturen dalen voor de jeugdverenigingen dan is dat ook een besparing voor de stad die 80% van de energiekosten terug betaald aan het jeugdwerk. Met het zelfde geld kan de stad dus meer doen voor de jeugdverenigingen.
Om scholen te stimuleren tot het openstellen van hun infrastructuur (die s’ avonds en in het weekend toch vaak leeg staat) moet een specifiek systeem ontwikkeld worden zodat verenigingen die ruimte kunnen gebruiken en dat de school daar een financiële vergoeding voor kan krijgen. Zo kan de huurlast onder de marktprijs blijven, worden scholen gestimuleerd om hun infrastructuur maximaal te benutten en moet er niet noodzakelijk nieuwe infrastructuur komen. De brede school als het ware opstarten vanuit de beschikbare ruimte.
4. Samengevat:
Via deze serie van relatief kleine ingrepen zou:
- de administratieve last voor verenigingen enorm kunnen dalen.
- de dienstverlening van de stad optimaal ontsloten kunnen worden naar verenigingen die een initiatief willen opzetten.
- er geld vrij kunnen komen dat kan gebruikt worden om de verenigingen extra te ondersteunen.
- er meer geld overblijven voor de verenigingen om hun werking uit te bouwen.
- er extra ruimte beschikbaar worden om verenigingen hun ding te laten doen.
Kortom: de verenigingen zouden er beter van worden en dat moet toch de bedoeling zijn van de ondersteuning door de stad. Groen Kortrijk zal dit voorjaar heel wat voorstellen uitwerken in het verkiezingsprogramma voor de gemeentaraadsverkiezingen. Ik probeer er zo veel mogelijk van deze voorstellen in te krijgen.
Gepost onder:Kortrijk - verkiezingen 12. Tags:brede school Kortrijk, evenementenloket Kortrijk, ondersteuning, subsidie Kortrijk, verenigingen Kortrijk.
Trackback this post | Subscribe to the comments via RSS Feed