Campagnedagboek (2): over ‘tjevenstreken’ en nieuwjaarsrecepties
Januari is de tijd van de nieuwjaarsrecepties. Elke weekend kan je er minstens 10 afdweilen als je dat zou willen. Sommigen doen dat ook. Al krijg je dan ook wel te horen ‘ dat er zekers verkiezingen zijn dit jaar’. Eigenlijk een terechte opmerking. Ik probeer me dus te beperken tot de recepties waar ik de andere jaren ook naar toe ga. Al moet ik toegeven dat ik er dit jaar een paar ‘nieuwe’ heb bijgenomen. Via via krijg je dan soms te horen: ‘die gaat er wel voor’. Je kan niet goed doen voor iedereen zeker?
Vorige week was er dan de nieuwjaarsreceptie van Groen en Jong groen Kortrijk in het Kasteel van Heule. Een ideale gelegenheid om samen met Groen voorzitter David Wemel het jaar in te zetten met een korte speech. Het spreekt voor zich dat in mijn speech vooral de jeugdthema’s aan bod kwamen (fuifzaal, betaalbaar wonen, De Warande, speelruimte, veilige fietspaden,…). Op de receptie zelf kreeg ik heel wat fijne reacties. Hier en daar ook een kliene tip: je moet sneller en meer los komen van je blad. Ik zal er de volgende keer aan denken. Het is ook een beetje een leerschool zo’n campagne.
Vorige week werd er in het kortrijks Handelsblad een overzicht gegeven van de Heulse kandidaten per partij. Opmerkelijk was dat Groen met 8 kandidaten een sterke Heulse delegatie heeft. We vulden samen 1 van de 2 pagina’s die voorzien waren. Wat Heule betreft ziet het er dus goed uit denk ik dan.
Campagne voeren vanuit een oppositiepartij is heel anders dan vanuit de meerderheid. De truckendoos van de CD&V is de voorbije maand alvast weer opengegaan. Zo wordt er een energieavond georganiseerd vanuit de Provincie. En wie zijn de mensen die de uitnodiging versturen? Stefaan de Clerck en Lieven Lybeer. Of in de stadskrant dan. Daar duikt plots één van de jong CD&V kandidaten op samen met een voorwoordje van de Burgemeester. Ik maak er niet veel van. Toch is het opvallend dat CD&V in Kortrijk ongegeneerd de door de belastingbetaler (u en ik dus) betaalde communicatiemiddelen van de stad schaamteloos inzet voor het eigen partijpolitieke belang. Of een ander geval dan. Je laat je door een CD&V minister nomineren als fietsstad. Hilde Crevits ging alvast in op de vraag van haar CD&V vrienden uit Kortrijk. Want iedereen die meer dan één keer gefietst heeft weet in Kortrijk weet dat je er maar bekaaid vanaf komt in onze stad. Ik geloof alvast niet dat het geen doorgestoken kaart is. Over de nominatie ‘Big Brother Award’ voor het Safe Party Zone label die de stad kraag van de Liga voor de Mensenrechten bleef het in elk geval oorverdovend stil. De doos met ‘tjevenstreken’ is wellicht niet voor het laatst opengegaan dit jaar. Al hoor je steeds meer mensen die dat doorzien en er het hunne van denken. Dat zal ik ook maar doen.
Ondertussen begin je ook inde nationale pers de lokale zenuwachtigheid te voelen. Zo waren er de drie ‘belangrijkste’ SP.a burgemeesters die zich wel van een erg rechtse en populistische kant lieten zien. Zowel Termont (gent) als Jansen (Antwerken) pleiten afgelopen week voor de invoering voor GAS-straffen voor kinderen vanaf 12 jaar. Maar ook de vader van nationaal voorzitter Bruno deed zijn deel. Hij zorgt voor een massa aan extra camera’s in Leuven. Sp.a kiest lokaal dus steeds meer voor de rechts repressieve maatregelen zoals camera’s, GAS voor kinderen,… De eigen ideeën worden onder druk van extreem rechts opgeborgen. Dat zal boeiend worden op het grote veiligheidsdebat volgende maand op de Kortrijkse Gemeenteraad. Ik ben alvast blij dat we met Groen en SP.a niet samen naar de kiezer gaan in Korrtrijk. Dergelijk rechts populistisch gezwam zou ik niet kunnen verdedigen.
En zo gaat de campagne verder. Met Jong Groen zijn we begonnen aan een reeks gesprekken met Kortrijkzanen om feedback te krijgen op de teksten waarmee we naar de kiezer willen. Op die manier willen we zo veel mogelijk Kortrijkse jongeren betrekken bij het uitwerken van ons toekomstbeeld voor de stad. Tot nu toe waren dat erg boeiende gesprekken. De basis zit goed en hier en daar komen nog een aantal waardevolle aanvullingen. Ook dat ziet er dus goed uit. Van gedachten wisselen met inwoners, ideeën verzamelen en samen werken aan het Kortrijk van morgen is eigenlijk heel erg fijn om te doen. Een aanrader voor iedereen.
Deze Federale Regering heeft het niet op jongeren begrepen.
Je zal maar jongere zijn in 2011. De plannen die deze Federale Regering heeft met jongeren zijn op z’n zachtst gezegd niet echt ‘jeugdvriendelijk’.
Minister Milquet (CDH) zou de Gemeentelijke administratieve sanctie graag uitbreiden zodat ook 14 jarigen zo beboet kunnen worden. Een boete voor de ouders die vooral de zwaksten in de samenleving treft. 14 jarige jongeren verdienen voorlopig nog geen geld, dus de ouders worden eigenlijk beboet. Wat mij het ergst stoort aan de GAS-aanpak is het ontbreken van elk pedagogisch effect. Wanneer we minderjarigen ‘straffen’ dan willen we hun toekomstig gedrag ook bijsturen. Met de GAS is er helemaal geen sprake van een dergelijke bijsturing. Daarnaast leeft in de publieke opinie ook het idee dat je de ‘jeugdcriminaliteit’ kan bestrijden met de GAS. Wat velen blijken te vergeten is dat GAS enkel gebruikt worden voor wildplassen, sluikstorten of het beledigen van agenten. De echte jeugdcriminaliteit kan je er helemaal niet mee bestrijden. Probleem met de GAS is dat men er overlast wil mee bestrijden. Een begrip dat nergens gedefinieerd staat. De totale willekeur dus. Een ambtenaar (niet eens een rechter) die beslist, op basis van zijn/haar gemoed van de dag.
Maar ook minister van werk Monica De Coninck (Sp.a!)wil flexibele contracten van 6 tot 8 maand waarbij langdurig werklozen een tijdelijke job krijgen waaruit ze heel snel ontslagen kunnen worden. Voor jongeren heeft ze een soort stagecontracten in haar hoofd. Met alle respect, maar jongeren zijn echt niet geholpen met dit soort ‘hamburgerjobs’. Ook jongeren hebben recht op een ernstige en volwaardige job met een ernstig en volwaardig loon. De looncurve zorgt er voor dat jongeren nu al de minst betaalde groep zijn. De socialiste De Coninck wil dat effect nog vergroten. Een Regering die jongeren ernstig neemt werkt geen systemen uit die volledig in het nadeel van de jongeren zijn en volledig in het voordeel van de werkgevers. Het is nu al vaak niet eenvoudig voor jongeren om aan een job te geraken. Velen belanden nu al in het interimcircuit dat hen jaren weg houdt van een echte job. Dit systeem uitbreiden is een uitholling van de arbeidsmarkt en de sociale rechten die daarmee samen hangen. het mag duidelijk zijn: met hamburgerjobs help je jongeren niet!
Alsof dat nog allemaal niet genoeg is wil ook Magie de Block(Open VLD) haar jeugdonvriendelijkheid etaleren. De kindarmoede is schrikbarend hoog. Uit haar beleidsplannen blijkt geen enkele ambitie. Er moeten enorme inspanningen gebeuren om de armoede waarin kinderen opgroeien weg te werken. Daarnaast wil Minister de Block de opvangplaatsen voor asielzoekers afbouwen. En dat terwijl er nu al gezinnen met kinderen de straat op gestuurd worden. Ook aan de rechten van niet begeleide minderjarige asielzoekers wil ze raken. Onlangs schreef ik haar een tot op vandaag onbeantwoorde brief. Je kan hem hier lezen.
Samengevat kan ik als jonge ouder niet anders dan vaststellen dat deze Federale Regering kinderen en jongeren niet belangrijk vindt. Het gevoerde beleid van deze regering is vaak in het nadeel van kinderen en jongeren en het ontbreekt deze regering aan toekomstvisie. Daarom wil ik pleiten voor een Regeringscommissaris die de belangen van kinderen en jongeren ter harte neemt en bewaakt over alle departementen heen. Misschien moet er ook wel een Belgische jeugdraad komen om het federale beleid te adviseren. Over dat laatste heb ik beroepshalve ooit al eens een artikel geschreven. Je kan het hier lezen.
Een regeringscommissaris en een adviesraad over ‘jeugdzaken’ kan enkel leiden tot beter beleid door deze federale Regering. Beleid waar ook kinderen en jongeren beter worden. Want zo kan het niet verder.
Welterusten, Mevrouw De Block
Beste Mevrouw De Block,
Sinds enige tijd bent u belast met asiel, migratie, maatschappelijke integratie en armoedebestrijding in de Federale Regering. Dat u dat maar als staatssecretaris en niet als minister mag doen is tekenend maar wellicht niet uw schuld. Er moet mij één en ander van het hart, dus heb ik besloten om u deze brief te schrijven.
Ik wil u als burger van dit land een volgtip op twitter meegeven. Els Keytsman (@keytsman op Twitter) slaat zowat elke dag met een spreekwoordelijke ‘natte dweil’ in mijn gezicht. Meestal gaat het bericht als volgt: Weer geen opvang vandaag voor XX personen, waaronder XX gezinnen met kinderen. De directeur van Vluchtelingenwerk Vlaanderen laat elke dag mijn maag even samentrekken.
Ik vraag me op zo’n moment af of u als staatssecretaris nog de tijd heeft om eens naar het weerbericht te luisteren. Heeft u geweten dat het de laatste nachten stevig vroor (tot -8c)? Of stapt u rechtstreeks uit uw voorverwarmde auto uw knusse kabinet binnen? Ik zou u een gunst willen vragen. Zou u voor mij als het nog eens een nacht vriest een korte wandeling van een half uur willen maken in de straten rond uw warme kabinet. Gebruik die korte wandeling om even te denken aan die gezinnen met kinderen die op dat moment op de straat leven. Ik lees ook dat u de opvang wil afbouwen. Nog meer kinderen op straat dus? U heeft zelf 2 kinderen. Denkt u nooit aan hen als er weer eens kinderen op straat moeten slapen door uw asielbeleid? Iedereen een dak boven het hoofd geven, zeker gezinnen met kinderen, is toch niet zo moeilijk. Waar een wil is, is een weg, als de federale Regering het echt zou willen hoeven er geen kinderen op straat te slapen. Ik zou niet goed slapen moest ik in uw schoenen staan. Ik woon blijkbaar in een land waar rokers recht hebben op een verwarmd terras, maar asielzoekers met kinderen geen bed voor de nacht kunnen krijgen.
De armoede klimt naar ongeziene hoogtes, zo’n 15% van de Belgen leeft in armoede. Één kind op vijf in ons land groeit op in armoede en bijna een derde van de leeflonen gaat naar jongeren. We doen daarmee slechter dan het Europese gemiddelde. Uit uw beleidsnota blijkt alvast bijzonder weinig ambitie om dit probleem aan te pakken. De laagste uitkeringen optrekken tot aan de armoedegrens zit er met u niet in. Voor het aanpakken van de kindarmoede voorziet u een klein budget dat hier en daar wat scherpe kantjes kan wegwerken maar het probleem niet kan oplossen. Als ik dat lees vraag ik me weer af of u ’s nachts eigenlijk wel kan slapen. Heeft u zelf geen bezwaar tegen dergelijke keuzes? 1 op 5 van de kinderen groeit op in een situatie die hen vanaf de geboorte kansen ontneemt. Mag ik u meteen een 2e opdracht meegeven: ga eens kijken bij zo’n gezin waar het moeilijk gaat. Zo’n gezin waar de schoolrekening blijft liggen en de kinderen niet mee gaan op schoolreis. Of leg eens u oor te luisteren bij één van uw collega’s artsen en bespreek eens de negatieve gevolgen van armoede op de gezondheid van die kinderen die er in op groeien. Als arts weet u dat toch? Of probeert u het allemaal te vergeten om ’s nachts de slaap te kunnen vatten?
Elke ochtend zie ik jonge (Roma?) vrouwen bedelen met baby’s op de arm of jonge kinderen op de kille grond rond Brussel centraal. Met de gedachte dat er waarschijnlijk een criminele bende achter zit, geven we niets, draaien we het hoofd en stappen door. Ondertussen blijven die baby’s en kinderen de hele dag buiten in de kou, verstoken van warmte, zorg en onderwijs. Denkt u in uw slaap ooit eens aan zo’n baby? Ik zou er niet van kunnen slapen.
Mevrouw De Block, de armoede en het ‘asielprobleem’ zijn er niet gekomen met u aankomst op het kabinet. U neoliberale ideologie mag dan wel de oorzaak zijn van de problemen, persoonlijk kan u er misschien niet veel aan doen. Alleen zijn armoedebestrijding, asiel en migratie sinds kort wel uw bevoegdheden. Ik roep u op om ze te gebruiken. Zodat er geen kinderen meer in de vrieskou op straat worden gezet, zodat ieder kind mee kan op schoolreis en de kinderen die nu bedelen morgen op school zitten. Met de teksten die nu op tafel liggen zal dat niet lukken.
Laat er ondertussen vooral uw slaap niet voor. Dat doen de armen wel voor u.
Met vriendelijke groet,
Matti Vandemaele
Tijd om het verenigingen anders, vooral beter te ondersteunen in Kortrijk
De stad Kortrijk heeft een traditie in het ondersteunen van (jeugdwerk)organisaties. Daar mogen we als inwoners trots op zijn. Toen de stad begon met de ondersteuning van jeugdwerk waren we koplopers in Vlaanderen met een dergelijk beleid. We zijn ondertussen vele jaren later en volgens mij wordt het tijd om opnieuw de kop van het peloton te ambiëren. Tijd voor een stevige aanpassing van de subsidiereglementen en andere ondersteuning. Een aantal voorstellen:
1. De stad Kortrijk zet in 2012 één geïntegreerd evenementenloket op.
Voor eender welk evenement dat je als vereniging (erkend of niet erkend) wil opzetten in de stad kan je terecht bij één loket. Dat loket is zowel fysiek in het stadhuis als digitaal. Je kan er alle antwoorden krijgen op je vragen als je iets wil opzetten. De verantwoordelijke ambtenaar zorgt er voor dat je vragen beantwoord worden door de juiste dienst, je kan er materiaal reserveren bij de uitleendienst van de stad, kan er vergunningen (stedelijke en politievergunningen) krijgen, … Het evenementenloket legt duidelijk uit aan de initiatiefnemers welke diensten ze van de stad kunnen gebruiken. Daarnaast helpt het evenementenloket de organisatoren om zich een weg te banen in het kluwen aan regels en voorschriften die van toepassing zijn op het organiseren van een evenement. In heel wat gemeenten bestaat dit soort ‘evenementen of fuifloketten’ al en zijn ze een groot succes. Waar wachten we nog op?
2. Het is tijd om onze subsidiereglementen naar de 21e eeuw te brengen:
Lokale besturen hebben er de laatste jaren een sport van gemaakt om de administratieve last die ze van Vlaanderen opgelegd krijgen aan de kaak te stellen. Het merkwaardige is dat de eigen reglementen vaak ook bulken van de administratieve overlast. Elk jaar het zelfde huurcontract kopiëren en bezorgen, een verslag maken van een kleine activiteit als wijkcomité,… Een andere filosofie is nodig. Voor éénmalige projecten waarvoor een tussenkomst van de stad gevraagd word moet de aanvraag beperkt worden tot 1 pagina per schijf van 500 euro subsidie die gevraagd wordt. Voor een wijkfeest bijvoorbeeld zou het moeten volstaan om een programma in te sturen in ruil voor een vaste subsidie van 150 euro. De stad kan de dag zelf dan komen controleren of er effectief een feest is. Voor tussenkomsten die slaan op 1 activiteit moet een dossier vervangen worden door een dergelijk plaatsbezoek.
Voor activiteiten waar extra inspanningen geleverd worden (dus meer dan een gewoon buurtfeest) kan wel nog gewerkt worden met grotere projectdossiers. Ook hier de filosofie dat per schijf van 500 euro de aanvraag maximaal 1 pagina mag zijn. Voor dergelijke projecten moet er één stedelijk subsidieprojectreglement komen over de verschillende bevoegdheden heen. Zo worden vernieuwende projecten niet gedwongen in het keurslijf van de verkokerde diensten. In zo’n reglement kunnen de nodige veiligheden ingebouwd worden om te voorkomen dat één van de sectoren met alle middelen gaat lopen.
Een andere basisregel in de subsidiëring zou moeten zijn dat de stad elk document ten hoogste één keer mag opvragen. Voor jeugdhuis dat de huurkosten moet bewijzen volstaat de brief met het geïndexeerde bedrag en moet niet elk jaar het volledige contract en één factuur worden opgestuurd. De jeugddienst heeft voldoende voeling met het veld om te weten of dat jeugdhuis nog bestaat of niet. Daarvoor hebben ze al die papieren niet nodig.
Het volgende college zou in elk geval een screening moeten doen op alle procedures en reglementen om de administratieve last voor de verenigingen sterk te verminderen. Ook voor verenigingen die op een ‘kruispunt’ van verschillende sectoren zitten (onderwijs-jeugd, jeugd-cultuur,…) moeten de subsidiereglementen aangepast worden.
Daarnaast moeten we bekijken of alle subsidiereglementen nog wel kloppen. Geheel toevallig kwam ik te weten dat er binnen het subsidiereglement voor jeugdverenigingen bijvoorbeeld een terugbetaling mogelijk is voor de ‘onroerende voorheffing’. Dat is heel vreemd. Zeker omdat jeugdverenigingen al jaren vrijgesteld zijn van die kost. Sinds kort is er zelfs een vereenvoudigde procedure. Hopelijk komt de stad dus niet langer tussen in deze kost die sowieso niet moet gemaakt worden door het jeugdwerk. Ook hier kan dus meer gedaan worden met het zelfde geld. Meer info: http://www.jeugdlokalen.be/pagina/onroerende-voorheffing-2 Dit soort ‘fouten’ moeten dringen uit de subsidiereglementen worden weg gewerkt.
3. Samen sterker:
Wat je samen doet is vaak goedkoper. De vele voorbeelden van samenaankopen voor energie zijn er het beste voorbeeld van. Ook hier zou de stad een ondersteunende rol naar de verenigingen kunnen spelen. Door voor een aantal ‘diensten’ en misschien zelfs ‘producten’ een samenaankoop voor de Kortrijkse verenigingen op te zetten kan het één en ander goedkoper.
Ook voor structurele kosten zoals de terugbetaling van energie bij de jeugdverenigingen zijn goedkopere mogelijkheden. In een nieuw subsidiereglement jeugd zou er opgenomen kunnen worden dat er vanuit de jeugddienst een doorlichting komt om na te gaan of de verschillende jeugdverenigingen hun gas en elektriciteit bij de goedkoopste leverancier afnemen. Als dat niet zo is dan helpt de jeugddienst met de overstap. Jeugdverenigingen die dat wensen kunnen opteren voor een minder goedkope leverancier die groene stroom biedt. Deze maatregel is op termijn een besparing voor de stad. Want als de energiefacturen dalen voor de jeugdverenigingen dan is dat ook een besparing voor de stad die 80% van de energiekosten terug betaald aan het jeugdwerk. Met het zelfde geld kan de stad dus meer doen voor de jeugdverenigingen.
Om scholen te stimuleren tot het openstellen van hun infrastructuur (die s’ avonds en in het weekend toch vaak leeg staat) moet een specifiek systeem ontwikkeld worden zodat verenigingen die ruimte kunnen gebruiken en dat de school daar een financiële vergoeding voor kan krijgen. Zo kan de huurlast onder de marktprijs blijven, worden scholen gestimuleerd om hun infrastructuur maximaal te benutten en moet er niet noodzakelijk nieuwe infrastructuur komen. De brede school als het ware opstarten vanuit de beschikbare ruimte.
4. Samengevat:
Via deze serie van relatief kleine ingrepen zou:
- de administratieve last voor verenigingen enorm kunnen dalen.
- de dienstverlening van de stad optimaal ontsloten kunnen worden naar verenigingen die een initiatief willen opzetten.
- er geld vrij kunnen komen dat kan gebruikt worden om de verenigingen extra te ondersteunen.
- er meer geld overblijven voor de verenigingen om hun werking uit te bouwen.
- er extra ruimte beschikbaar worden om verenigingen hun ding te laten doen.
Kortom: de verenigingen zouden er beter van worden en dat moet toch de bedoeling zijn van de ondersteuning door de stad. Groen Kortrijk zal dit voorjaar heel wat voorstellen uitwerken in het verkiezingsprogramma voor de gemeentaraadsverkiezingen. Ik probeer er zo veel mogelijk van deze voorstellen in te krijgen.
BudaLeys zorgt voor verkeersinfarct
Vorige week stelde men ik Kortrijk een nieuw groots project voor: Budaleys. De Groep ‘Heilig Hart’ wil er het ‘ouderenproject van de toekomst’ bouwen. Het is een mooi project met seniorenflats waar men ‘zorg op maat’ kan inkopen, een café, een kapsalon en een fitnesszaal. Een plaats waar jong en oud elkaar kunnen vinden. Op de plaats waar nu een heel vuile parking is komt dan een mooi gebouw te staan en de Leie(boorden) worden opnieuw een stuk aantrekkelijker. Alleen maar lof dus.
Toch is de ambitie om 250(!) ondergrondse parkeerplaatsen te voorzien wel heel erg straf. Té straf als je het mij vraagt. De Brug die de Overleistraat met de Budastraat zal verbinden wordt immers een ophaalbrug die niet constant bruikbaar zal zijn. Als de brug open staat moet men dus door het volledige eiland rijden om er weg te geraken (via de skatebowl of via de Noordbrug of via de Markt). Dat zal een enorme druk geven op de straten op het eiland. De bewoners en handelaars van de Budastraat en de Leieboorden mogen zich dus aan heel wat extra autoverkeer verwachten. Geen autoverkeer van bewoners, bezoekers of klanten, wel autoverkeer van BudaLeys.
De Leieboorden werden door het jarenlange CD&V bestuur omgevormd tot één grote parkeervlakte met alle autodrukte die daarbij hoort. Wie al eens in een andere stad komt met een rivier in het centrum weet wat de mogelijkheden zijn van een stad aan het water. Brede wandel en fietspaden, terrasjes,… In kortrijk is dat allemaal onmogelijk omdat mijn de Leieboorden als parking wil gebruiken. Extra parking onder de grond betekend alleen maar meer autoverkeer langs die Lieboorden. Zo worden die nog onaantrekkelijker. Het is jammer dat men de kans om ‘te leven langs de leie’ laat liggen. De plannen voor de nieuwe stukken zien er mooi en ambitieus uit. Toch leren vele andere steden dat ‘leven langs de rivier’ enkel mogelijk is als er weinig tot geen auto’s komen op die plaatsen. Het is dan ook o zo jammer dat men hier de bal volledig misslaat. Zouden de initiatiefnemers en de schepenen trouwens het eigen mobiliteitsplan gelezen hebben? Daar staat duidelijk in dat er nu al een overaanbod aan parking is.
Was het niet Open VLD die enkele maanden geleden nog pleite voor ‘Leiefeesten’? Zou het niet verstandiger zijn om van de Lieboorden een plaats ‘om te leven’ te maken eerder dan één grote boven- en ondergrondse parkeerplaats? Zou dat niet beter zijn voor de bewoners van de Leiboorden, de bewoners van de stad,… dan één keer per jaar Leiefeesten? Ik denk het wel.
Ik hoop dat de stad de bouwvergunning aan Budaleys in de huidige vorm niet toekent. De ondergrondse parking moet kleiner en voorbehouden worden voor personeelsleden en bewoners. Ik ben alvast tegenstander van een publieke extra ondergrondse parking op die plaats. Ik ben voor een leefbaar Buda-eiland, voor aantrekkelijke Leiboorden en voor een betere ontsluiting van het eiland met het openbaar vervoer.
Tijd voor verandering in onze stad.
Win win kortrijk, geen winnaar gevonden
Ik heb er toch even over getwijfeld of ik er een stukje zou aan besteden, maar bij deze dan toch. Het nieuwste Kortrijkse kindje heet ‘win win’ en past in de reeks ‘beleidsinitiatieven die ik niet zou nemen’. Net zoals het safe-party zone systeem is ook dit project niet meteen een favoriet geworden van mezelf. Toch was er twijfel om er iets over te schrijven. Want wat is het alternatief? Welk tegenvoorstel kan ik doen? Welke doelstellingen de stad heeft bij het opzetten van dit project is mij niet duidelijk. Wil men de verenigingen ondersteunen? Wil men een link tussen het vrijwilligerswerk en de formele economie? De doelstelling is mij alvast niet duidelijk. Als het ‘verenigingen ondersteunen’ is dan staan er op deze blog heel wat andere mogelijkheden om die beleidsdoelstelling te realiseren. Kan iemand me zeggen waarom de stad zo’n initiatief neemt?
Aan de lokale partners die op de website staan kan je zien wie de winnaars van dit project moeten zijn.
Maar goed, ter zake. Op de site van het project (http://www.winwin.kortrijk.be) kunnen we het volgende lezen:
Win-Win is een ontmoetingsmoment voor verenigingen en ondernemingen, waarbij deze samen op zoek gaan naar een match tussen elkaars vraag en aanbod. Beide partijen winnen door die match, want de verenigingen leveren een tegenprestatie voor wat de ondernemingen hun aanbieden.
Een voorbeeld: Natuurvereniging zoekt nieuw logo
Communicatiebureau creëert een logo en krijgt in ruil een begeleide natuurwandeling voor alle medewerkers
Het komt er dus op neer om als vereniging iets te krijgen van een commerciële partner en in ruil iets te geven. Op zich een nobel doel. Maar toch zijn er enkele fundamentele bezwaren om dit project verder te zetten:
- Op vandaag bestaat er in lokale gemeenschappen (zonder bemiddeling van de stad) reeds een informeel systeem waarbij het verenigingsleven en de ondernemingen elkaar ondersteunen. Deze samenwerkingen formaliseren en er een bemiddeling tussen steken maakt dit proces extra zwaar en is een verzwakking en geen versterking van de lokale samenhang. Het win win projct is een mooi voorbeeld van een overheid die zich met alles wil inlaten (moeien) en zaken onnodig formeel maakt.
- Wat mij betreft moet het verenigingsleven vooral doen waar het goed in is, waarvoor het gesubsidieerd wordt en waardoor het zo vaak ‘gebruikt/gemaakt’ wordt. Zonder in detail te treden gaat het over gemeenschapsvorming, maatschappelijke activering, de educatieve functie en de culturele functie. Dit project doet een poging om het middenveld te instrumentaliseren. Als de overheid de werking van jeugdbewegingen, de KAV, het Davidsfonds, het wijkcomité, de Tinekesfeesten,… waardevol vindt dan geeft ze er subsidies aan en in kortrijk doen ze dat (verstandige keuze). Daarnaast is er heel wat ondersteuning om het sociaal-culturele veld zichzelf te laten zijn (waarvoor dank). Het win win project leidt de aandacht af van waar die verenigingen goed in zijn en mee bezig zijn. Waarom een overheid dat wil doen is mij een raadsel. Laat de verenigingen zich concentreren op waar ze mee bezig zijn.
- Daarnaast is er natuurlijk nog een probleem. Kan je vrijwilligerswerk waar een prestatie tegenover staat beschouwen als vrijwilligerswerk? In de huidige vrijwilligerswetgeving kan je een onkostenvergoding krijgen. Het valt dus nog te bezien of ‘vrijwilligerswerk’ waar een prestatie tegenover staat nog wel vrijwilligerswerk is. Het is in elk geval niet in het belang van de vrijwilligers dat de lijn tussen vrijwilligerswerk en de reguliere economie verlegd wordt.
- Het is een absolute meerwaarde van het verenigingsleven dat je er als bestuurder en/of deelnemer heel wat leerkansen kan krijgen. Een website leren bouwen, de boekhouding leren voeren, een activiteit opzetten,… Omdat in het sociaal-cultureel werk het proces belangrijker is dan het product behoren de leerkansen tot het wezen van deze verenigingen. Door bvb. een vereniging een mooie website te ‘schenken’ in ruil voor hulp op de nieuwjaarsreceptie ontneem je leerkansen. Het gaat ook over een mooie website, maar zeker ook over het proces om er toe te komen en het kunnen inzetten van vrijwillige inzet. Het win win project gaat volledig voorbij aan dit wezenskenmerk van het verenigingsleven.
Samengevat zijn er wat mij betreft dus te veel ‘nadelen’ aan dit systeem om echt duurzaam en waardevol te zijn voor het verenigingsleven. Het kan misschien goed zijn voor de ondernemingen maar op lange termijn heeft het verenigingsleven hier weinig bij te winnen. Het zou mij verbazen moest het project een lang leven beschoren zijn. Ik ga er van uit we over enkele jaren niet meer zullen spreken over dit project.
Zoals ik al zei in de inleiding ben ik voorstander van ondersteuning van het verenigingsleven in de stad. Het lijkt me zinvoller om als stad een ‘evenementenloket’ op te zetten, particuliere initiatieven te ondersteunen, nieuwe vormen van ‘verenigingen’ te ondersteunen, … zeker in een tijd met weinig financiële mogelijkheden zou ik de middelen anders inzetten. Ik ben ervan overtuigd dat de lokale gemeenschappen sterk genoeg zijn om elkaar zo ook wel te vinden. Ik verwacht andere inspanningen van het stadsbestuur om verenigingen te ondersteunen. Via deze link kan je in de verschillende stukken heel wat ideeën vinden over hoe ik het verenigingsleven in de stad zou ondersteunen na 2012.: http://mattivandemaele.wordpress.com/category/kortrijk-verkiezingen-12/ Want kritiek geven is één iets, maar het gaat vooral over welke alternatieven er zijn!
Campagnedagboek (1): we zijn vertrokken!
Nog 278 keer slapen en we trekken met z’n allen naar de stembus. Naar alle waarschijnlijkheid zal ik in Kortrijk op de Groen!lijst staan. Op welke plaats wordt pas binnen enkele maanden beslist. Naast het mini reeksje ‘Kortrijk na 2012’ waarin ik inhoudelijke voorzetten geef zal ik het komende jaar ook af en toe eens stil staan bij hoe zo’n verkiezingscampagne in elkaar zit. Vandaag aflevering 1 van mijn campagnedagboek.
Vandaag is een mooie dag om er mee van start te gaan want gisterenavond stond de eerste Gemeenteraad van 2012 op het programma. En ‘zo veel mogelijk zitjes in die gemeenteraad’ om een zo groot mogelijk deel van je verkiezingsprogramma te realiseren is natuurlijk de bedoeling. Traditioneel is de zitting van januari een korte omdat er aansluitend de jaarlijkse receptie is voor raadsleden, pers en publiek. Zeker in een verkiezingsjaar zijn dat soort recepties altijd boeiende momenten. Mensen van verschillende politieke partijen die elkaar apart nemen, de pers die hoopt hier en daar nog een nieuwtje te rapen, voorspellingen van mogelijke resultaten,…
Misschien wel het belangrijkste onderwerp van de avond was: ‘wat zijn de verschillende mogelijkheden na de verkiezingsuitslagen?’ Sommigen willen gaan voor een anti-CD&V coalitie. Die zou voor de eerste keer mogelijk zijn moest NVA een groot stuk van de Vlaams belang zetels kunnen inwinnen. Maar wat is het inhoudelijk fundament van een dergelijke coalitie? Met welk project voor de stad zou er dan gewerkt worden? Een andere mogelijkheid is de ‘linkse coalitie’. Maar hebben CD&V en SP.a daarvoor voldoende zetels? Of moet/mag Groen! er dan bij? Een ‘rechtste coalitie’ met CD&V en VLD, zoals nu het geval is, kan misschien ook nog. Of moet NVA er nog bij om een voldoende grote meerderheid te hebben? Of toch een klassieke tripartite? Het spel van politici die ‘vissen’ naar elkaars ambities en visies om zo de verschillende mogelijkheden af te toetsen, is heel erg fijn. Niemand laat natuurlijk het achterste van zijn/haar tong zien en éénmaal het echt ‘om de knikkers’ gaat is er nog veel mogelijk. De meest gehoorde ‘raadgeving’ die ik de laatste weken kreeg van de politici uit andere partijen was ‘om de bruggen niet op te blazen’. We moeten op 14 oktober nog samen door de figuurlijke deur kunnen. Waarvan akte.
Hoewel het een boeiend spel is van informatie geven en nemen in een informele setting moeten we natuurlijk de uitslag afwachten. Want de keuzes die de kiezers zullen maken zijn natuurlijk het aller belangrijkste. Het zijn de Kortrijkse inwoners die de keuze zullen moeten maken. Welke partij heeft het meest geloofwaardige verhaal om Kortrijk verder uit te bouwen? Wordt de huidige meerderheid beloond of toch afgestraft? Veel vragen die de kiezer zal beantwoorden op 14 oktober van dit jaar. Het voelt als ‘jonkie in de Kortrijkse politiek’ vreemd aan om 278 dagen voor de verkiezingen al bezig te zijn met de uitslag die nog niemand kent.
Sinds deze zomer is Jong groen in Kortrijk aan het werken aan tekst om aan alle politieke partijen in Kortrijk te bezorgen. Het is een visie met concrete voorstellen over de richting die onze geliefde stad uit moet. Een enquête, een gesprek met 22 Kortrijkse (niet altijd Groene) jonge ‘bepalende’ figuren en de eerdere standpunten van Jong Groen Kortrijk vormen de basis voor die tekst. Een eerste voorstel ligt op tafel en in een reeks van een 10 tal ‘diepte-gesprekken’ willen we die tekst nu verder verfijnen en uitwerken. Eind januari zal er dan eindelijk een finale versie klaar zijn. Jong CD&V legde als enige politieke jongerenpartij al een inhoudelijke tekst op tafel. Ik hoop alvast dat de andere politieke jongerenpartijen ook inhoudelijke voorstellen doen. Wij doen dat binnenkort.
Parallel met de oefening binnen Jong groen is er ook binnen Groen! Kortrijk een oefening aan de gang om tot een stevig verkiezingsprogramma te komen. In werkgroepen allerhande, doorheen gesprekken met boeiende mensen en op basis van het werk in de Gemeenteraad in de voorbije legislatuur wordt ook hier gewerkt aan een stevig inhoudelijk voorstel om mee naar de kiezer te trekken.
Hoe graag ik ook wil geloven dat inhoud de campagne en de keuze van de kiezer zal bepalen, toch vrees ik dat maar een klein deel van Kortrijkse kiezer zich zal laten leiden door dergelijke inhoudelijke motieven. Cd&V zal wellicht nog eens ‘den truck’ met de 2 kandidaten voor het burgemeesterschap proberen. Het valt af te wachten hoe veel mensen er nu nog zullen intrappen, het blijft immers een stem voor CD&V. Bij die zelfde CD&V kunnen ze alvast 1 ex minister en 1 parlementair inzetten. Bij SP.a is Philippe De Coene de lijsttrekker, ook hij is Parlementair. Welke plaats zal Van Quickenborne als minister krijgen op de VLD lijst? Zal hij duwen en zal schepen Maddens de lijst trekken? Ook bij Groen! hebben we een parlementair in de aanbieding. Bart Caron is Vlaams parlementslid en was in 2009 nog de lijsttrekker voor de Vlaamse verkiezingen. Welke plaats hij zal krijgen op de Groen!lijst is net zoals bij mezelf nog niet duidelijk. Alvast veel parlementairen en (ex)ministers op de lijsten dus. Het is niet duidelijk welke invloed dat zal hebben. Daarvoor moeten we eerst hun plaats op de lijsten afwachten.
Een andere factor die moeilijk in te schatten valt is de ‘opkomst van NVA’. De partij heeft in Kortrijk geen boegbeelden en op dit moment ook geen verkozenen meer (na de overstap van hun enige verkozene naar CD&V). Hoeveel zetels de Kortrijkse NVA zal halen door hun ‘nationale succes’ valt moeilijk in te schatten. Ik vrees dat ze los van hun inhoudelijk verhaal vlot 10% van de kiezers voor zich zullen winnen. De belangrijkste vraag is dan vanwaar die kiezers zullen komen. Zullen dat ontgoochelde VLD’ers of CD&V’ers zijn? Of Vlaams Belangers die eens willen kiezen voor een partij die misschien wel iets kan veranderen?
De partijen zijn op dit moment allemaal druk bezig met het samenstellen van hun lijsten. Iedereen wil 41 mensen met talent op hun lijst. Ook bij Groen! maken we op dit moment die oefening. Daarnaast worden voortuintjes om borden te plaatsen en ramen om affiches te hangen in kaart gebracht.
Hoewel nog redelijk onzichtbaar kunnen we toch vaststellen dat de voorbereidingen voor de gemeenteraadsverkiezingen reeds volop aan de gang zijn. Het programma schrijven, de lijst samenstellen, de campagne uitwerken,… Een fijne maar erg drukke periode. Ondertussen hebben we nog 278 dagen om alles klaar te krijgen. En dan zal de kiezer beslissen…
Wordt vervolgd…
PS. Zelf zin gekregen om een steentje bij te dragen aan het groene project in Kortrijk? Aarzel dan niet om me een mail te sturen naar matti.vandemaele@hotmail.com . Dan kunnen we zien wat kan en waar je zin in hebt. Hoe meer zielen, hoe meer vreugde.
En daar komen veel nieuwe Kortrijkse kinderen…
De resultaten die Kortrijk kan voorleggen als het over het aantal inwoners gaat zijn niet schitterend, verre van zelfs. Kortrijk heeft elk jaar min of meer het zelfde aantal inwoners (het ene jaar eens een paar meer en het jaar nadien dan weer wat minder). Wat echter opvalt is de ‘verarming’ en ‘vergrijzing’ van de bevolking. De dertigers trekken met hun gezin weg uit de stad en hun plaats wordt ingenomen door alleenstaanden, armen en ouderen. Tot zover het gekende liedje over onze stad.
Toch is er ook ander nieuws te bespeuren op middenlange termijn. De studiedienst van de Vlaamse regering becijferde het één en ander dat je kan terug vinden in de beleidsbrief wonen 2011-2012. Het zijn cijfers die, ook in het licht van de komende gemeenteraadsverkiezingen, onze aandacht verdienen. Een bespreking in detail kan je hier vinden.
Zo verwacht men tot 2018 een relatief beperkte groei (+2%) van de inwoners in Kortrijk, maar daarna tot in 2030 opnieuw een daling. Een tijdelijke groei dus. Op bovenstaande grafiek kan je duidelijk zien dat we de aansluiting met de andere centrumsteden (behalve met Turnhout) helemaal verliezen.
Er komt dus een tijdelijke stijging van inwoners op ons af. Wat Kortrijk betreft kan je van een kleine babyboom spreken. Tegen 2017 verwacht de studiedienst van de Vlaamse regering een stijging met 17% van de 0 tot 2 jarigen in Kortrijk. Dat is 4% meer dan de verwachtingen voor gans Vlaanderen. Volgens die zelfde prognose zou het aantal 2 tot 4 jarigen zijn hoogtepunt bereiken in 2019. Voor Kortrijk zouden er dan 20% meer kinderen in die leeftijdscategorie zitten. Voor de 5 tot 10 jarigen verwacht men een stijging met een piek van 14% in 2023 in Kortrijk. Het aantal extra jonge gezinnen piekt tegen 2020 met 9% extra.
Veel cijfers om een grote uitdaging voor onze stad zichtbaar te maken. Ondanks de kwakkelende bevolkingsaantallen komt er een duidelijke Kortrijkse ‘jongerenpiek’ in de bevolking aan. Afhankelijk van de leeftijd verschuift die piek doorheen de tijd. Voor kinderen van 0 tot 2 jaar komt die in 2017, voor 2 tot 4 jarigen komt die in 2019 om dan in 2024 te pieken voor de 5 tot 10 jarigen.
Onderstaande grafiek toont de prognoses voor de ‘jonge gezinnen’ waar kortrijk in 2018 piekt met 9% extra.
Er zijn natuurlijk ook de cijfers m.b.t. de vergrijzing van de bevolking. Tegen 2030 mogen we in kortrijk 25% meer 65-plussers verwachten. Daarover zal ik later nog eens een stukje schrijven.
Samengevat komt er behoorlijk grote uitdaging op ons af. Want die 17% meer 0 tot 2 jarigen zullen kinderopvang nodig hebben. De 20% extra 2 tot 4 jarigen zullen op hun beurt een kleuterklas nodig hebben en de 14% 5 tot 10 jarigen zullen naar een lagere school moeten gaan. Daarnaast zullen die kinderen willen spelen in de publieke ruimte, het zwembad willen gebruiken en naar de jeugdbeweging of sportclub gaan. Het onderwijsaanbod, de opvangvoorzieningen, de publieke ruimte en de vrijetijdsmogelijkheden zullen dus stevig uitgebreidt moeten worden.
Door de gezinsverdunning zijn er de laatste jaren heel wat extra ‘wooneenheden’ nodig gebleken en gecreëerd in Kortrijk. Wie af en toe eens in Heule komt heeft kunnen vaststellen dat er enorm veel huizen en verkavelingen zijn bijgekomen. Toch valt op dat in die zelfde noordrand de extra publieke ruimte heel beperkt is, nl de uitbreiding van De Warande. Bovenstaande cijfers maken duidelijk dat die inspanning onvoldoende is. Er zal veel meer publieke (groene)ruimte voorzien moeten worden voor deze nieuwe inwoners in onze stad.
Daarnaast is het schoolaanbod niet toegenomen en zijn er geen extra vrijetijdsmogelijkheden gekomen. Misschien is ook nog wat vroeg om ze nu al op te starten, de groei is immers nog niet begonnen (of slechts een klein beetje). Maar in de bouwwoede die het huidige stadsbestuur kenmerkt wordt ook weinig ruimte vrij gelaten voor het invullen van deze collectieve behoeftes. De volgende meerderheid in kortrijk zal daar hopelijk verandering in brengen.
De gemeenteraadsverkiezingen zal onze blik wellicht op zeer korte termijn zetten en niet op de periode tot 2030. Toch moeten we verstandig zijn en nu anticiperen op de ‘jongerenpiek’ die er aan komt in onze stad. Daarom moet er:
- Meer publieke en groene ruimte komen, ook in het noorden van de stad.
- Meer plaatsen in de kinderopvang en scholen komen om deze piek op te vangen. Of ze moeten op zijn minst voorzien worden. Bestaande scholen en opvanginitiatieven die inspanningen leveren moeten maximaal ondersteund worden door de stad.
- Het vrijetijdsaanbod en de nodige infrastructuur er voor moet nu reeds voorzien worden. Desnoods moeten stukken grond gereserveerd worden voor deze toekomstige behoefte.
- De mobiliteitsuitdagingen die door deze piek ontstaan (drukte rond scholen, extra nood aan infrastructuur voor zwakke weggebruikers,…) moeten nu reeds meegenomen worden in het gevoerde mobiliteitsbeleid.
Veel werk aan de winkel dus om Kortrijk klaar te maken voor deze ‘jongerenpiek’. Ik ken alvast één partij die daar wil aan meewerken.
(Jeugd)verenigingen in Kortrijk zijn de dupe.
Het Kortrijkse stadsbestuur (CD&V en Open VLD) beslisten om dit jaar geen begroting voor 2012 ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad. Resultaat is dat er vanaf 01/01/2012 gewerkt zal worden met het systeem van voorlopige twaalfden. Het budget zal normaal gezien pas in februari voorgelegd worden in de gemeenteraad. Enkel de ‘verplichte uitgaven van de gewone dienst’ mogen ten belopen van 1/12e van de kredieten van het vorige jaar (2011) gemaakt worden. De financiële mogelijkheden van de stad worden dus tijdelijk beperkt.
Één van de meest concrete zaken zijn de (jeugd)verenigingen die minstens 2 maanden zullen moeten wachten op hun subsidies. Zeker voor verenigingen met personeel in dienst maakt dat de werking bijzonder lastig. Maar ook de jeugdhuizen bijvoorbeeld die alle gas-, water- en electrictiteitsfacturen samen met hun brandverzekering hebben voorgeschoten gedurende 2011 moeten dus langer wachten op de tussenkomst van de stad. Dat gaat over duizenden euro’s en de last blijft in 2012 dus extra lang op de schouders van de vele jonge vrijwilligers liggen. Het warme Kortrijk waar men zo graag mee uit pakt lijkt verder weg dan ooit. De verenigingen betalen het gelag voor het slechte beleid van deze meerderheid. Met veel trompetgeschal heeft men de ééngemaakte uitleendienst aangekondigd. Veel minder trompetgeschal bij deze beslissing om de (jeugd)verenigingen tijdelijk in de kou te zetten.
De crisis wordt aangehaald als de reden van deze werkwijze. Alle andere centrumsteden (behalve Oostende waar men altijd zo werkt) hebben een goedgekeurde begroting. Kortrijk staat zo goed als alleen in deze denkwijze. Door de terugkeer van Stefaan De Clerck kon er geen akkoord bereikt worden, de prioriteiten bij de ACW’ers van Lybeer liggen immers anders dan bij de middenstanders van De Clerck. De (jeugd)verenigingen zijn het slachtoffer, maar daar liggen ze bij CDE&V en Open VLD niet wakker van. Zeker Schepen Cnudde die zowel financiën als jeugd in zijn bevoegdheden heeft weet wat de impact voor de (jeugd)verenigingen is, maar laat begaan. Ondertussen zijn de verschillende stadsdiensten de (jeugd)verenigingen -officieus- aan het inlichten over het niet uitbetalen van de subsidies tijdens de eerste 2 maanden van 2012. We kunnen enkel maar hopen dat er geen (jeugd)verenigingen in de problemen komen door deze manier van werken. Het is onaanvaardbaar dat de stad Kortrijk haar beloftes niet nakomt t.o.v. de verenigingen. Een stadsbestuur moet een betrouwbare partner zijn voor het sociaal-cultureel (jeugd)werk en dat blijkt dus niet langer te kunnen. Tijd voor verandering dus!
De stad moet nu ook:
- Zo snel als mogelijk een begroting goed te keuren.
- De subsidies aan de (jeugd)verengingen zo snel mogelijk uit te betalen eenmaal er een begroting is.
- De (jeugd)verenigingen die normaal gezien in januari of februari subsidies ontvangen officieel op de hoogte te brengen (hoe kunnen ze anders hun vereniging ‘runnen’?).
- Voor individuele (jeugd)verenigingen die tijdelijk in de problemen komen een individuele oplossing te voorzien.
2011.Vlaanderen
Het is de tijd van de lijstjes en jaaroverzichten. De afsluiter in het lijstje ‘onnozel nationalisme’ wordt dit jaar ongetwijfeld de extensie’.vlaanderen’. Terwijl de armoede toeneemt, de bossen sneuvelen, het verkeer steeds vaster komt te zitten, banken massaal gaan lopen met overheidsgeld (ons geld dus),… heeft de Vlaamse Regering nog eens een beslissing genomen. Wellicht de eerste beleidsdaad sinds het vastleggen van de datum voor de nieuwjaarsreceptie 2011. En wat voor één. Binnenkort kunnen websites niet alleen een extensie .be, .com of .org maar ook ‘.vlaanderen nemen. Een nieuwe stap die de Vlaamse Regering (SP.a, CD&V en NVA) zet in het aanwakkeren van het Vlaams nationalisme.
De uitdagingen waarvoor het geniale eigen Vlaanderen staat zijn nochtans enorm. In 2011 moest 1 kind op 5 in Vlaanderen opgroeien in armoede (het beleid van de Vlaamse regering doet dat cijfer niet dalen). Deze Vlaamse Regering geeft liever een Vlaamse kindpremie cadeau dan de armoede weg te werken. Lang leve de Vlaamse armoede dan maar? Het splitsen van de overvolle kleuterklassen daarentegen was niet belangrijk genoeg voor deze Vlaamse Regering, het zijn nochtans Vlaamse kleuterklassen. Het zou NVA eindelijk ook in staat stellen om ook eens zelf iets te splitsen. Of nog beter: een socialistisch minister van onderwijs die de lessen Nederlands aan ‘nieuwkomers zonder beslissing’ afschaft. Misschien kunnen lessen ‘Vlaams’ wel?
Het lijstje dwazigheden lijkt schier oneindig. Vaak zijn de beslissingen ingegeven door het creëren van meer Vlaanderen eerder dan door goed bestuur. Deze Vlaams regering heeft een ziekelijke neiging om ten koste van alles het eigen Vlaanderen te versterken. Van een partij die teert op het nationalisme zoals de NVA verwacht ik niet anders. Helaas heulen SP.a en CD&V mee uit angst om bij de volgende verkiezingen nog eens te verliezen. Ze zijn medeplichtig aan een ranzige vorm van nationalisme waarvan we in het verleden al vaak gezien hebben wat de resultaten kunnen zijn.
Vaak hoor ik dat wat we zelf (Vlaams) doen, we ook beter doen. Het huidige beleid van deze Vlaamse Regering toont aan dat die stelling absoluut niet klopt. Vlaanderen kon begin dit jaar niets doen tegen de bonussen die de dexiatop aan zichzelf uitkeerde na de Vlaamse steun, de luchtkwaliteit daalt, de bossen worden massaal gekapt (Vlaanderen is netto ontbosser), de ruimtelijke ordening gaat opnieuw de verkeerde kant uit, de armoede neemt uitbreiding,… weinig hoopgevende resultaten dus.
Een beetje bescheidenheid lijkt me dus gepast. Ik hoop alvast dat deze Vlaamse Regering in 2012 wel goed beleid zal voeren. Het soort blind ‘meer Vlaanderen’ van deze regering is pijnlijk, onnodig en absurd. De extensie .vlaanderen is te gek voor woorden. Ze is onpraktisch lang, een spellingsdrama in andere talen en uit onderzoek blijkt dat bedrijven geen vragende partij zijn. Slecht beleid eerste klas dus. Hopelijk krijgen CD&V en SP.a in 2012 een beetje ruggengraat en gaan ze niet langer mee in het ongezonde en gevaarlijke nationalisme van NVA. Want misschien is het moeilijk te zien als je zelf in de Vlaamse Regering zit, maar NVA is steeds meer aan het opschuiven richting Vlaams Belang. En aan die vorm van ranzig nationalisme wil je toch niet medeplichtig zijn. Of doen jullie werkelijk alles voor de enkele ministerposten?


